Deel 11: Totstandkoming Albanië-missie

  1. Ismail Qemal (Guide of Albanian History and Cultural Heritage, Tirana 2000)
  2. Grenzen van het nieuwe Albanië, verschillende voorstellen, Petermanns Mittheilungen 59, 1913 (coll. S/T, Leiden)
  3. Vlorë/Valona (collectie Steegh/Teunissen, Leiden)
  4. Verslag der Zending Albanië (Nationaal Archief, Den Haag)
  5. Aankomst Nederlandse missie in Albanië (Instituut voor Militaire Geschiedenis, Den Haag)

Als de hoop om neutraal te blijven vervliegt, wordt in Valona/Vlorë op 28 november 1912 de onafhankelijkheid van Albanië uitgeroepen. De diplomaat Ismail Qemal (A) komt aan het hoofd van een voorlopige regering die claims legt voor een Groot-Albanië (B). De Triple Entente van Rusland, Groot-Brittannië en Frankrijk stelt daarentegen een rompstaat voor die Servië en Griekenland een groot deel van hun veroveringen laat houden. Op de Conferentie van Londen (mei 1913) wordt de onafhankelijkheid erkend, maar zelfs Italië en Oostenrijk stellen niet voor om Kosovo op te nemen. Albanië moet een neutraal vorstendom worden. De Europese grootmachten pogen via een ‘Internationale Commissie van Controle’ de orde te herstellen; dit ICC gaat zetelen in Vlorë (C).

Thomson en De Veer krijgen opdracht na te gaan hoe een gendarmerie kan worden opgezet. Begin 1914 verschijnt hun vertrouwelijke verslag (D). In 150 pagina’s worden geografie, samenstelling van de bevolking, geschiedenis en de opbouw van de staatsorganen beschreven. Ook organisatie en bezoldiging van zo’n 5000 gendarmes komen ter sprake. Al eerder was de Neder-landse regering gepolst om officieren te zenden om deze gendarmerie te leiden. Op 24 februari arriveren in Vlorë (E): kapitein Fabius, majoor Kroon, majoor de Waal (even zichtbaar), majoor Sluis, kapitein Doorman, majoor Roelfsema, de arts De Groot (in burger), kapitein Sar, majoor Verhulst, majoor Snellen van Vollenhoven en geheel rechts de eerste luitenant Mallinckrodt. De anderen zijn Albanese officieren. De kapiteins Reimers en Sonne komen met de eerstvolgende boot. Na aankomst worden de Nederlandse officieren in groepjes van twee ingedeeld en over het land uitgezonden.