Deel 12: Aankomst vorst zu Wied in Durazzo

  1. Zicht op Durrës (collectie Steegh/Teunissen, Leiden)
  2. Steiger van de douane van Durrës (coll. S/T, Leiden)
  3. Ontvangst door De Veer en Thomson (Instituut voor Militaire Geschiedenis, Den Haag)
  4. Intocht van Wilhelm en Sophie zu Wied (coll. S/T. Leiden)
  5. Fragment van de Zuid-Oost Europakaart (Bosatlas 2001)

De aloude havenstad Durazzo/Durrës (A en B) is aangewezen als nieuwe hoofdstad van het vorstendom Albanië. Voor de functie van vorst (m’bret) kiezen de Europese grootmachten uit een aantal kandidaten de 37-jarige Duitse officier Wilhelm zu Wied. Deze protestantse prins is een charmante man zonder politieke ervaring en kennis van Albanië, maar hij is neef van zowel koningin Wilhelmina als van de Roemeense koningin. De Veer en Thomson, vanwege hun indiensttreding bij de Albanese overheid bevorderd tot generaal-majoor en overste, kunnen de nieuwe vorst pas begin maart 1914 verwelkomen (C en D). Wilhelm I gaat met zijn Sophie het paleis aan de kust bewonen. In theorie is hij vorst over heel Albanië (E). In feite maken Servische troepen nog het noorden en Griekse guerrilla’s het zuiden onveilig. Beys en imams in Centraal-Albanië zien liever een islamitische vorst en veel bergbewoners koesteren hun traditionele stamwetten. Ook de centrale regering onder de ruim 80-jarige premier Turkhan Pasja is intern sterk verdeeld. Essad Pasja, minister van Binnenlandse Zaken en van Oorlog, is de machtigste figuur in dit kabinet. Deze grootgrondbezitter in de streek van Durrës en Tirana beschikt immers over eigen manschappen.