Deel 13: Strijd in Zuid-Albanië

  1. Optrekkende Albanese gendarmes in Zuid-Albanië (Instituut voor Militaire Geschiedenis, Den Haag)
  2. Pakpaarden en -ezels met voorraden (IMG, Den Haag)
  3. Verbindingseenheid met telegraaf (IMG, Den Haag)
  4. Telegram in verminkt Nederlands (IMG, Den Haag)

December 1913 tekenen de Europese grootmachten het Protocol van Florence dat onder meer de zuidgrens van Albanië nader bepaalt. Griekenland krijgt Epirus, maar moet haar troepen terugtrekken uit Saranda, Gjirokastër/Argyrokastro en Korçë/Koritza. Een deel van die troepen deserteert nu met meeneming van de wapens en sluit zich aan bij Griekse guerrilla-bendes, de zogenaamde Comitadji’s. Een eerste taak van het bewind zu Wied is herstel van de orde in Zuid-Albanië. De Nederlandse officieren staan voor een haast onmogelijke opgave. Zij moeten in korte tijd Albanese gendarmes en kaders werven en instrueren, en die met hulp van gidsen en tolken door een voor hen vreemd bergachtig land leiden (A). Munitie en andere voorraden moeten, daar er nauwelijks verharde wegen, laat staan spoorwegen zijn, op paarden en ezels meegevoerd (B). Ook de communicatie met generaal-majoor De Veer en de centrale verbindingsman van de Nederlandse missie Mallinckrodt in Vlorë geeft problemen. Telegraaflijnen worden wel spoedig hersteld, maar de telegrafisten zijn bijna allemaal gewezen Ottomaanse ambtenaren (C). Om spionage te voorkomen seint men belangrijke berichten in het Nederlands, maar de tekst raakt soms onleesbaar verminkt (D).