Deel 15: Strijd in Zuid-Albanië - vervolg

  1. De Veer met notabelen van Berat (IMG, Den Haag)
  2. Brug van Berat (Instituut voor Militaire Geschiedenis, Den Haag)
  3. Blootleggen van massagraf bij Kodra (IMG, Den Haag)
  4. Kerk van Kodra met ws. kapitein De Iong (IMG, Den Haag)

Generaal-majoor De Veer gaat in april 1914 op inspectie in het achterland van Vlorë/Valona. Hij bezoekt onder meer Berat en overlegt met diverse notabelen van die monumentale stad (A). Op de achtergrond zijn de contouren van de christelijke citadel te zien. Een Ottomaanse brug verbindt de islamitische benedenstad met de christelijke wijk (B). Begin mei trekt hij met spoed naar de stad Tepelenë. Comitadji’s hebben namelijk bij het naderen van een korps Albanese gendarmerie onder leiding van majoor De Waal en kapitein Sonne mannen uit het islamitische dorp Hormovo naar Kodra gelokt (in het dal van de Vijose tegenover Tepelenë) en hen daar gedood. Veertig van hen zouden in een kerk opgesloten zijn en door het dak en de ramen gefusilleerd. Een commissie, onder leiding van De Veer onderzoekt de zaak in opdracht van de Internationale Controle Commissie en maakt proces verbaal op. Er worden ongeveer tweehonderd, deels verminkte, lijken opgegraven (C). In de kerk vindt men bloedvlekken en kogelgaten; er liggen patroonhulzen op het dak (D). Waarschijnlijk staat kapitein De Iong, adjudant van De Veer, midden op die foto.