Deel 17: Opstand tegen Dürres

  1. Zu Wied bezoekt moskee in Dürres (collectie Steegh/Teunissen, Leiden)
  2. Tirana met bazaar, stadstoren en moskee (coll. S/T, Leiden)
  3. Dürres-Tirana op topografische kaart, 1902 (coll. S/T, Leiden)
  4. Essad Pasja wordt opgepakt (coll. S/T, Leiden)
  5. De brug van Sjijak (coll. S/T, Leiden)
  6. Deputatie van opstandelingen (Instituut voor Militaire Geschiedenis, Den Haag)

De aanvankelijke welwillendheid van veel Albanezen ten aanzien van het bewind van Zu Wied slaat door het uitblijven van orde om in wrevel over de christelijke vorst. Hij zou te positief staan ten opzichte van de katholieke Oostenrijkers en de orthodoxe Grieken. Demonstratieve bezoeken aan moskeeën (A) maken geen indruk meer en in Tirana (B) pleit men voor een besneden vorst. In deze atmosfeer ontaardt de rivaliteit tussen Nederlandse officieren die de Albanese gendarmerie leiden en de minister van Binnenlandse zaken en Oorlog (hij beschikt nog over honderden gewapende reservisten) in openlijke machtsstrijd. Majoor Sluys weet Zu Wied ervan te overtuigen dat Essad Pasja met Serviërs en Grieken samenzweert. Ook zou hij de kwade genius zijn achter opstandige boeren in de streek tussen Sjijak en Tirana (C). Op 20 mei wordt het dak van zijn paleis in Dürres kapot geschoten en de minister opgepakt (D). Essad Pasja wordt naar Italië verbannen; daar wordt hij als een held ontvangen!

Twee dagen later vertrekt kapitein Sar met honderd gendarmes en een licht kanon om de berichten over een opstand te onderzoeken. Bij de brug van Sjijak (E) posteert hij vrijwilligers uit de bergen om zijn terugtocht te dekken. Op weg naar Tirana stuit hij op een woedende demonstratie. Als Sar de boeren wil ontwapenen komt het tot een vuurgevecht, er vallen over en weer doden. De vrijwilligers bij de brug deserteren, omdat Sar hun erecode gebroken heeft; een man ontwapenen is hem ontmannen. Een veertigtal gendarmes en Sar moeten zich overgeven. Een delegatie van de opstandelingen (F), met een Bektasji-Baba, de moefti van Tirana en voorname beys, regelt met Zu Wied de vrijlating van de gevangenen in ruil voor algehele amnestie.