11. Getto van Warschau 1940

Op 12 oktober 1940, Grote Verzoendag, laat het Duitse regiem de joden in Warschau weten dat ze binnen enkele weken moeten verhuizen naar een getto, dat onder andere enkele van de meest armoedige wijken van de stad beslaat. Wekenlang verkeren de joden in onzekerheid over de exacte grenzen. Dit resulteert in geharrewar tussen ‘Polen’ en ‘joden’, die ieder voor zich proberen bepaalde huizenblokken, fabrieken, scholen en kerken of synagoges voor hun gemeenschap te behouden of te krijgen. Op 15 november wordt het grillige getto gesloten, de normale toegang tot de ‘arische’ zijde is verboden. Eind 1940 kent het getto officieel 380.740 mensen. Daarmee is 30% van de bevolking van Warschau op een fractie van haar oppervlak geperst. Maart 1941 komen er nog eens vijftigduizend joden bij uit het district rond Warschau.

Deze manuscriptkaart van het getto stamt, gelet op haar grenzen, uit begin november 1940. Hij is getekend op een geheime plattegrond van Warschau, waarop alle belangrijke economische en militaire objecten zijn weergegeven. De kaart is gemaakt door of voor SS-Sturmbannführer Max Jesuiter, chef-staf van de SS-politie van Warschau. Jesuiter is meeverantwoordelijk voor de honger en de tyfus (alleen al in 1941 sterft tien percent van de gettobevolking), voor de massadeportaties in de zomer van 1942 naar het concentratiekamp Treblinka en voor het neerslaan van de opstand in wat nog rest van het getto in april-mei 1943.

Jesuiter, M., Manuscriptkaart van het Getto van Warschau, eind 1940, op: geheime Militär Geographischer Stadtplan Warschau,  z.p. 1940

Jesuiter, M., Manuscriptkaart van het Getto van Warschau, eind 1940, op: geheime Militär Geographischer Stadtplan Warschau, z.p. 1940