2. Palestina in het Ottomaanse Rijk

Na de Ottomaanse verovering in 1516 verdwijnt de naam ‘Palestina’ als officiële naam voor een bestuurlijke eenheid, want de Turken noemen hun provincies meestal naar de hoofdsteden. Belangrijk voor de Joden is dat deze Turken vrij tolerant zijn. Veel joodse vluchtelingen uit de Spaanse gebieden vestigen zich in Ottomaanse steden, waaronder Safed en Jeruzalem. Na de reorganisatie van 1873 komt het gebied ten noorden van de lijn van Jaffa - Jericho, bij de provincie Beiroet. Het gebied ten zuiden daarvan komt bij het speciale district Jeruzalem, maar de Negev komt met de Sinaï en West-Arabië bij de Hijaz-provincie.

Toch blijft de oude naam Palestina populair. In de negentiende eeuw gebruikt de Ottomaanse regering het ‘Ard-u Filistin’ (Land van Palestina) in hun semi-officiële correspondentie. Hiermee doelen ze op het gebied ten westen van de Jordaan, de westelijke helft van het latere Brits Mandaatgebied Palestina. Ook ontwikkelde arabieren hanteren de term Filastin voor dit gebied (of meer beperkt voor het district Jeruzalem).

In 1880 telt Ottomaans Palestina 25.000 joden. Eind negentiende eeuw arriveert hier een eerste golf van 30.000 zionistische immigranten. Deze joden uit Oost-Europa en Jemen, leggen de grondslag voor landbouwcoöperaties en richten de eerste hebreeuwse lagere scholen op. De tweede golf van 40.000 joden komt na de pogroms van 1903-07 in het Russische keizerrijk die in Kishinev begonnen. De veelal jonge socialisten dromen van een sterke arbeidersbeweging in Eretz Israel. In 1910 ontstaat Tel Aviv.

Ottomaanse Wereldatlas, kaart Klein Azië, Syrië en Palestina, Istanbul A.H. 1314 (1899)

Ottomaanse Wereldatlas, kaart Klein Azië, Syrië en Palestina, Istanbul A.H. 1314 (1899)