2. Joden in de Mediene

In de achttiende eeuw ontstaat naast ‘Mokum’ de ‘Mediene’. Hiertoe worden alle joodse gemeenten (‘killes’) buiten Amsterdam gerekend, zo ook die in Heenvliet, Middelharnis, Ommen en Hoorn. Elke ‘kille’ moet voor een gebedsdienst minimaal tien mannen van 13 jaar of ouder hebben. Meestal dient eerst een kamer in een woonhuis als plaats voor die dienst. Pas later worden synagoges gebouwd (op de kaartjes met rood gemerkt). Daarnaast zijn een ritueel bad (‘mikwe’) en een begraafplaats vereist en is een schoollokaal gewenst.

Iedere joodse gemeente dient door interne belastingen, offergelden en boetes haar eigen voorzieningen aan te kopen en te beheren. De gekozen bestuurders (‘parnassiem’) stellen reglementen op die door de plaatselijke overheid goedgekeurd moeten worden. Afhankelijk van de middelen beschikt de gemeente over een rabbijn, een voorzanger, een onderwijzer en een ritueel slachter. Vaak worden meerdere functies gecombineerd. Als na het verlenen van gelijke burgerrechten in 1796 de joden zich vrij kunnen vestigen ontstaan verspreid over Nederland een groot aantal nieuwe joodse gemeenten. De mediene beleeft haar hoogtepunt na het midden van de negentiende eeuw. Zo telt in 1869 Heenvliet 54 joden, Middelharnis 152 joden, Ommen 72 joden en Hoorn 433 joden.

Eind negentiende eeuw begint de neergang van de ‘mediene’, behalve in plaatsen die zich duidelijk industrieel ontwikkelen. Naast joodse liefdadigheidsinstellingen ontstaan daar culturele en politieke verenigingen, al dan niet van zionistische signatuur. In de eerste decennia van de twintigste eeuw verliezen veel kleinere ‘killes’ hun autonomie of ze worden opgeheven, zoals die van Heenvliet. In de jaren dertig wordt de synagoge van Hoorn alleen nog bij speciale gelegenheden gebruikt. Meer nog dan voorheen fungeert Amsterdam als het zwaartepunt van joods Nederland.

Door de nazi-terreur in de bezettingsjaren blijft er van het joodse leven in de ‘mediene’ niet veel meer over. Na de oorlog verdwijnen ook veel voormalige synagogen, meestal wordt later wel een gedenksteen geplaatst. De sjoel van Ommen wordt verkocht en in 1951 afgebroken. Die van Heenvliet wordt na de watersnoodsramp in 1953 gesloopt, ter plekke rest alleen nog een deel van de ‘mikwe’. De synagoge van Hoorn is 1953 aan de gemeente verkocht en daarna afgebroken. De synagoge in Middelharnis doet na de oorlog dienst als café, discotheek en kledingwinkel. Begin 2007 gaat de oude sjoel van het eiland Goeree-Overflakkee alsnog tegen de vlakte.

Kuijper, J., Provincie Zuid-Holland, Gemeente Heenvliet
Leeuwarden 1867

Kuijper, J., Provincie Zuid-Holland, Gemeente Middelharnis
Leeuwarden 1866

Kuijper, J., Provincie Noord-Holland, Gemeente Hoorn
Leeuwarden 1869

Kuijper, J., Provincie Overijssel, Gemeente Ommen
Leeuwarden 1867